Idioma • Login • Subir •
Te gusta
Agregar al álbum.
Compartir
Favor de avisar a los redactores.
Hacer cambios
Eliminar los medios de comunicación.
Visto
1,103
De christelijke roeping
jamacor  15/11/2011 18:10:25
Als Christus nu langs komt>De christelijke roeping>Hst 1


1

Homilie gehouden op 2 december 1951 (eerste zondag van de Advent)

Vandaag begint het liturgisch jaar en de gedachte die ons door het openingsgebed van de Mis wordt ingegeven, is nauw verbonden met het fundament van ons christelijk leven: de roeping die wij gekregen hebben.Vias tuas, Domine, demonstra mihi, et semitas tuas edoce me(Ps. 24, 4), Heer, toon mij uw wegen, leer mij uw paden kennen. Wij vragen de Heer dat Hij ons leidt, dat Hij ons zijn weg laat zien, opdat wij ons zullen richten naar de volheid van zijn geboden, namelijk de liefde (vgl. Mt. 22, 37; Mc. 12, 30; Lc. 10, 27).

Als u aan de omstandigheden denkt, die uw beslissing om helemaal uit het geloof te leven mede hebben bepaald, denk ik dat u, evenals ik, de Heer innig dankbaar bent. U bent er immers diep van overtuigd, zonder valse nederigheid, dat u daarbij niet kunt steunen op enige verdienste van uw kant. De meesten van ons hebben van kinds af aan God leren aanroepen door de mond van christelijke ouders. Later hebben leraren, vrienden, personen uit onze omgeving ons op velerlei wijzen geholpen om Jezus Christus niet uit het oog te verliezen.

Op zekere dag - ik wil niet in algemene termen spreken: open uw hart voor de Heer en vertel Hem over uw leven - heeft misschien een vriend, een gewoon christen zoals u, u een heel nieuw perspectief doen ontdekken, nieuw en toch oud zoals het evangelie. Hij heeft u doen inzien dat u zich volledig kon inzetten om Christus na te volgen en apostel van apostelen te worden. Van dat ogenblik af hebt u misschien de rust verloren. U hebt die pas teruggevonden, en nu als intense vrede, toen u “ja” gezegd hebt tot God in volle vrijheid, omdat u het wilde, wat het meest bovennatuurlijke motief is. Toen is de sterke, blijvende vreugde gekomen, die slechts kan verdwijnen als u zich van Hem verwijdert.

Ik spreek niet graag van uitverkoren of bevoorrechte mensen. Het is Christus die zo spreekt, Hij is het die kiest. Zo spreekt de Schrift:elegit nos in ipso ante mundiconstitutionem,zegt de apostel Paulus,ut essemus sancti(Ef. 1, 4), Hij heeft ons uitverkozen vóór de schepping der wereld, opdat wij heilig zouden zijn. Ik weet dat u daardoor niet met trots vervuld wordt en zich niet boven anderen verheven voelt. Die keuze, het motief van uw roeping, moet ook het fundament van uw nederigheid zijn. Heeft men ooit een monument opgericht voor de penselen van een groot schilder? Al hebben die penselen gediend voor het creëren van kunstwerken, de verdienste ervan komt toe aan de kunstenaar. Welnu, wij - de christenen - zijn slechts instrumenten in de hand van de Schepper der wereld, de Verlosser van alle mensen.

2

De Apostelen: gewone mensen

Deze gedachte spoort me aan om iets dat in het Evangelie in details wordt verteld, nader te beschouwen: de roeping van de eerste twaalf. Wij willen rustig daarover nadenken en aan die heilige getuigen van de Heer vragen ons Christus te leren volgen zoals zij het hebben gedaan.

De eerste apostelen, voor wie ik een grote devotie en genegenheid heb, waren naar menselijke maatstaven heel gewone mensen. Hun sociale status, met uitzondering van Matteüs die zeker een goede boterham verdiende maar alles verliet toen Jezus hem riep, was die van vissers, die van de ene op de andere dag leefden en 's nachts moesten zwoegen om in hun onderhoud te voorzien.

Maar hun sociale status is van minder belang. Ze waren niet ontwikkeld en stonden niet open voor de bovennatuurlijke werkelijkheid. Ze begrepen zelfs de eenvoudigste voorbeelden en vergelijkingen niet, en moesten de Meester om uitleg vragen:Domine, edissere nobisparabolam(Mt. 13, 36),Heer, verklaar ons de gelijkenis. Als Jezus, zich van een beeld bedienend, een toespeling maakt op het zuurdeeg van de Farizeeën, denken ze dat Hij hun verwijt geen brood te hebben gekocht (vgl. Mt. 16, 6-7).

Ofschoon arm en onwetend, waren ze niet eenvoudig en vrij hoogmoedig. Binnen hun beperkingen hadden ze veel ambities. Het gebeurt vaak dat ze twisten over de vraag, wie de grootste zal zijn wanneer - volgens hun verwachting - Christus het koninkrijk van Israël definitief op aarde zal hebben gesticht. Op het verheven ogenblik dat Jezus zich gaat opofferen voor de mensheid, in de intimiteit van het Cenakel, zijn ze nog aan het ruzie maken en winden ze zich op (vgl. Lc. 22, 24-27).

Hun geloof? Dat was eerder zwak! Jezus zelf zegt het (vgl. Mt. 14, 31; 16, 8;17, 19;21, 21). Ze hebben doden zien verrijzen, allerlei ziekten zien genezen, brood en vissen zien vermenigvuldigen, stormen zien bedaren en duivels zien uitdrijven... en toch was Petrus, gekozen als hoofd, de enige die prompt kon antwoorden:Gij zijt Christus, de Zoon van de levende God(Mt. 16, 16).Maar dat is een geloof dat hij op zijn manier verstaat. Daarom neemt hij de vrijheid zich tegen Jezus te verzetten, opdat Hij zich niet als Zoenoffer voor de mensen zal aanbieden. Jezus moet hem antwoorden:Weg van Mij, satan. Ge zijt Mij een ergernis. Want ge zijt niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat demensen willen(Mt. 16, 23).De heilige Johannes Chrysostomus geeft dit commentaar:Petrus redeneerde als mensen hij dacht datdat alles -lijden en dood- Christus onwaardig was enafkeuring verdiende. Jezus moest hem dan ook onderhanden nemen en zei: neen, lijden is Mijner niet onwaardig. Gij denkt dat, omdat gij redeneert volgens vleselijke, menselijke maatstaven(H. Johannes Chrysostomus,In Matthaeum homiliae,54, 4 [PG 58, 537]).

Was het misschien dat deze mensen met zo weinig geloof zich tenminste door hun liefde voor Christus onderscheidden? Ongetwijfeld hielden ze van Hem, tenminste met woorden. Soms lieten ze zich door geestdrift meeslepen:Laten we gaan en met Hem sterven(Joh. 11, 16). Maar in het uur van de waarheid vluchtten ze allemaal, behalve Johannes, die Hem echt met daden beminde. Alleen hij, de jongste van de apostelen, bleef bij het Kruis. De anderen hadden niet die liefde, zo sterk als de dood (Hoogl. 8, 6).

Dat waren nu de door de Heer uitverkoren leerlingen! Zo had Christus hen gekozen. Zo traden ze op voordat ze, vervuld van de heilige Geest, werden omgevormd tot steunpilaren van de Kerk (vgl. Gal. 2, 9). Gewone mensen met hun fouten, hun zwakheden, kwistiger met woorden dan met daden. En toch heeft Jezus ze geroepen om er mensenvissers van te maken (Mt. 4, 9), medeverlossers, bedienaars van Gods genade.

3

Zo is het ook met ons enigszins gegaan. Ongetwijfeld zouden we in onze familie, onder vrienden en kennissen, om maar te zwijgen van de onmetelijke mensenmassa, personen kunnen vinden, die het meer waard zijn dan wij om de oproep van Christus te ontvangen: mensen die eenvoudiger zijn, geleerder, invloedrijker, belangrijker, meer geneigd tot dankbaarheid en edelmoediger.

Als ik aan dat alles denk schaam ik mij, maar ik besef ook dat onze menselijke logica niet toereikend is om de werkelijkheid van de genade te verklaren. God pleegt zwakke middelen te gebruiken opdat overduidelijk blijkt dat het Zijn werk is. De heilige Paulus stelt ons met schuchtere woorden zijn roeping voor ogen:Het laatst van allen verscheen Hij aan mij als aan demisgeborene, de allerminste der apostelen, niet waardigapostel genoemd te worden, daar ik Gods Kerk heb vervolgd(1 Kor. 15, 8-9).Zo schrijft Saulus van Tarsus, wiens persoonlijkheid en energie door de geschiedschrijvers steeds meer gewaardeerd worden.

Zonder de minste verdienste van onze kant, zoals ik al zei. Want aan de basis van onze roeping vinden wij het besef van onze ellende en het bewustzijn dat het licht dat onze ziel verlicht, het geloof, de genegenheid waarmee wij beminnen, de liefde, en het verlangen dat ons op de been houdt, de hoop, geschenken van God zijn. Als wij niet toenemen in nederigheid, komt het doordat we het doel van de goddelijke uitverkiezing uit het oog verliezen namelijk:ut essemus sancti,persoonlijke heiligheid.

Vanuit deze nederigheid kunnen wij begrijpen wat de goddelijke roepstem aan wonderbaarlijks in zich heeft. De hand van Christus heeft ons gegrepen in een korenveld, de zaaier klemt in zijn gewonde hand de korrels. Het bloed van Christus doordrenkt het zaad. Daarna werpt de Heer met brede armzwaai dat koren uit opdat het door te sterven levend wordt, en opdat het zich, door in de aarde te dringen, kan vermenigvuldigen in gouden aren.

4

Het is tijd om wakker te worden

De eerste lezing van de heilige Mis spoort ons aan, die verantwoordelijkheid van apostelen op ons te nemen met vernieuwde energie, moedig en waakzaam.Het uur heeft geslagen om op te staan.Want thans is het heil ons meer nabij dantoen wij hetgeloof hebben omhelsd. De nacht is ver gevorderd, de dag breekt aan. Laat ons dus afleggen de werkender duisternis, en ons omgorden met de wapenen van het licht(Rom, 13, 11-12).

U zult zeggen dat dit niet makkelijk is, en u hebt geen ongelijk. De vijanden van de mens, die de vijanden van zijn heiliging zijn, trachten het nieuwe leven te verhinderen, het te beletten zich te bekleden met de geest van Christus. Naar mijn mening is er geen betere opsomming van de hinderpalen tegen de christelijke trouw dan die van de heilige Johannes:concupiscentia carnis, concupiscentia oculorum, et superbia vitae(1 Joh. 2, 16), in de wereld is alles begeerte van het vlees, begeerte van de ogen en hoogmoed.

5

De begeerte van het vlees bestaat niet alleen in de ongeordende neigingen van de zinnen in het algemeen, noch in de seksuele begeerte die geordend moet zijn, maar op zichzelf geen kwaad is, want het is een edele en te heiligen menselijke realiteit die geheiligd kan worden. Daarom spreek ik nooit van onzuiverheid, maar van zuiverheid. De woorden van Christus,zalig de zuiveren van hart, want Zezullen God zien(Mt. 5, 8), gelden voor iedereen. Door goddelijke roeping zullen sommigen die zuiverheid beleven in het huwelijk. Anderen zullen aan de menselijke liefde verzaken om exclusief en hartstochtelijk te beantwoorden aan Gods liefde. Noch de eersten, noch de tweeden zijn slaven van de zinnelijkheid. Ze zijn meester van hun eigen lichaam en van hun eigen hart om dit aan anderen in een geest van offervaardigheid te kunnen geven.

Als ik over de deugd van zuiverheid spreek, voeg ik er gewoonlijk de bepalingheiligaan toe. De christelijke zuiverheid, de heilige zuiverheid is niet de trots zichzuiverte voelen, zonder vlek. Het is het bewustzijn dat wij lemen voeten hebben (Dan. 2, 33), zelfs al bevrijdt de genade Gods ons elke dag uit de valstrikken van de vijand. Ik meen dat de overmatige inspanning waarmee sommigen over dit onderwerp schrijven of spreken, terwijl ze andere deugden van kapitaal belang voor de christen en ook voor het maatschappelijk leven vergeten, een misvorming van het christendom is.

De heilige zuiverheid is noch de enige, noch de voornaamste christelijke deugd. Toch is ze onontbeerlijk om te volharden in onze dagelijkse inspanning ons te heiligen. Als wij de zuiverheid niet bewaren dan is apostolische inzet onmogelijk. De zuiverheid is het gevolg van de liefde waarmee wij aan de Heer ons lichaam en onze ziel, onze vermogens en onze zintuigen geschonken hebben. Ze is geen ontkenning, maar een blijde bevestiging.

Ik zei dat de begeerte van het vlees niet beperkt is tot de wanorde in de zinnelijkheid, maar ze omvat ook de zucht naar gemak, het gebrek aan geestdrift, waardoor wij zoeken naar de gemakkelijkste en aangenaamste weg, de schijnbaar kortste weg, zelfs als wij daarvoor concessies moeten doen aan onze trouw aan God.

Zo'n gedrag brengt met zich mee dat wij ons onvoorwaardelijk overgeven aan de heerschappij van een van de wetten, de wet van de zonde, waartegen Sint Paulus ons waarschuwt:Ik ontdek in mij dus deze wet: terwijl ik hetgoede wil doen, ligt me het kwade voor de hand. Naar deinwendige mens schep ik behagen in Gods wet. Maar inmijn ledematen bespeur ik een andere wet, die strijd voertmet de wet van mijn rede, en die mij gevangen houdt in dewet van de zonde, welke in mijn ledematen heerst. 0, rampzalige mens, die ik ben! Wie zal mij verlossen van ditlichaam des doods(Rom. 7, 21-24).Luister naar het antwoord van de apostel:Het is de genade van God, door onze Heer JezusChristus(1 Rom. 7, 25).Wij kunnen en moeten vechten tegen de begeerte van het vlees, want als wij nederig zijn zal de genade van de Heer ons altijd gegeven worden.

6

De andere vijand, schrijft Sint Jan, is de begeerlijkheid van de ogen. Dat is een diepgewortelde gierigheid die ons ertoe brengt alleen maar waarde te hechten aan wat tastbaar is. Onze ogen blijven als het ware aan de aardse dingen kleven en zijn niet in staat de bovennatuurlijke werkelijkheid te ontdekken. Daarom kunnen wij de woorden van de heilige Schrift niet alleen gebruiken om te wijzen op de begeerte naar materiële goederen, maar ook om de misvorming aan de kaak te stellen, waardoor wij alles wat ons omringt - de anderen, de gebeurtenissen in ons leven en in onze tijd - slechts met menselijke ogen bezien.

De ogen van de ziel worden troebel. Onze zelfgenoegzame rede meent alles te begrijpen uit eigen kracht, zonder God nodig te hebben; een subtiele bekoring die zich verschuift achter het door God, onze Vader, aan de mens geschonken edele verstand, waardoor de mens Hem vrij kan kennen en beminnen. Door zo'n bekoring meegesleept meent het menselijk verstand ten slotte dat het de spil van het heelal is en loopt weer warm voor het oudeGe zult als goden zijn(Gen. 3, 5).Geheel van eigenliefde vervuld, zal dit verstand ten slotte Gods liefde de rug toekeren.

Zo kunnen wij ons onvoorwaardelijk overleveren in de handen van onze derde vijand, desuperbia vitae.Die heeft niet alleen betrekking op kortstondige gedachten van ijdelheid en eigenliefde, maar veeleer op een zelfverheffing van heel ons wezen. Wij mogen vooral niet onderschatten, dat de hoogmoed de ergste van alle kwalen is, de wortel van al onze dwalingen. Wij moeten blijven vechten tegen de hoogmoed, want men gebruikt niet voor niets de beeldspraak, dat deze hartstocht pas een dag na onze dood sterft. Het is de barse, koele trots van de farizeeër die door God nooit gerechtvaardigd kan worden, omdat Hij daarbij stoot op een barrière van zelfoverschatting. Het is de arrogantie, de aanmatiging die ons ertoe brengt de anderen te verachten, hen te overheersen, hen te kleineren. Wantwaar trots is, daar isbelediging en schande(Spr. 11, 2).

7

Gods barmhartigheid

Vandaag begint de Advent. Het is goed, in deze tijd te overwegen welke strikken er gespannen worden door de vijanden van onze ziel: de zinnelijkheid en de lichtzinnigheid die wanorde scheppen in ons, de ziekelijke neiging van de rede als ze zich tegen de Heer verzet, de trotse verwaandheid die de liefde tot God en de schepselen onmogelijk maakt. Al die zielstoestanden vormen onoverkomelijke hinderpalen en hun kracht om de harmonie te verstoren is groot. Daarom laat de liturgie ons de goddelijke barmhartigheid afsmeken:Tot U verhef ikmijn ziel, o Jahwe, mijn God! Op U blijf ik hopen. Laatmij niet beschaamd worden en de vijand niet de spot metmij drijven(Ps. 24, 1-3).Zo hebben wij in het openingsgebed gevraagd. En in de antifoon van het Offertorium herhalen wij,op Uhoop ik, Heer, moge ik niet beschaamd worden.

Nu het ogenblik van het Heil nadert, is het troostend uit de mond van Sint Paulus te horen dattoen de goedertierenheid en mensenliefde van God, onze Zaligmaker, zich had geopenbaard, Hij ons verlost heeft, niet op grond van gerechte werken die we hadden gedaan, doch op grond van zijn eigen barmhartigheid(Tit. 3, 4-5).

Bij het doorlezen van de heilige Schrift ontdekken wij voortdurend de aanwezigheid van Gods barmhartigheid.Ze vervult de aarde(Ps. 32, 5), ze strekt zich uit over al haar kinderen,over alle vlees(Sir. 18, 12). Ze omgeeft ons(Ps. 31, 10), ze gaat ons vooruit(Ps. 58, 11), ze vermenigvuldigt zich(Ps. 35, 8)om ons te helpen, enze heeftvoortdurend bevestiging gekregen(Ps. 116, 2).God, die zich als een zeer liefhebbende Vader met ons bezig houdt, blijft ons gedenken in zijn barmhartigheid (Ps. 24, 7), eenmildebarmhartigheid (Ps. 108, 21),schoon als een regenwolk(Sir. 35, 26).

Jezus vat heel de geschiedenis van deze goddelijke barmhartigheid samen met de woorden:Zalig de barmhartigen, want ze zullen barmhartigheid verwerven(Mt. 5, 7).Bij een andere gelegenheid zegt Hij:Wees barmhartig, zoalsuw hemelse Vader barmhartigis(Lc. 6, 36).Heel wat taferelen in het evangelie blijven in onze herinnering gegrift, de vergevingsgezindheid ten opzichte van de echtbreekster, de parabel van de verloren zoon, van het verloren schaap en van de schuldenaar die kwijtschelding verkrijgt. Ten slotte de opwekking van de zoon van de weduwe van Naïm (Lc. 7, 11-17). Hoeveel motieven van rechtvaardigheid zou je kunnen vinden om dat grote wonder te verklaren! De enige zoon van die arme weduwe is dood, hij die zin gaf aan haar leven, hij die haar in haar ouderdom kon helpen. Toch doet Christus geen wonderen uit rechtvaardigheid maar uit barmhartigheid, omdat Hij innerlijk ontroerd is bij het zien van het menselijk leed.

Hoe veilig zullen we ons voelen als wij het medelijden van de Heer overwegen!Hij zal mij roepen en ik zalhem horen, want ik ben barmhartig(Ex. 22, 27).Het is een uitnodiging, een belofte die Hij zal vervullen.Laat ons dus met vertrouwen opgaan tot de troon der genade, om barmhartigheidte verkrijgen, en de hulp van de genade te vinden op degeschikte tijd(Hebr. 4, 16).De vijanden van onze heiliging zijn tot onmacht gedoemd, omdat de barmhartigheid van God ons beschermt. Als wij door onze schuld en zwakheid vallen, dan zal de Heer te hulp komen en ons weer doen opstaan.Je hebt geleerd om niet nalatig te zijn, om deaanmatiging van je af te schudden, om vroom te worden, om niet de gevangene te zijn van de dingen van de wereld,om het vergankelijke niet boven het eeuwige te stellen.Omdat de menselijke zwakheid je belet om met vastetred te lopen over de glibberige grond van deze wereld, heeft de goede geneesheer je ook de middelen aangeduidtegen het verlies van de juiste weg, en de barmhartige rechter heeft je de hoop op vergiffenis niet geweigerd(H. Ambrosius,Expositio Evangelii secundumLucam,7 [PL 15, 1540]).

8

Het menselijk antwoord

Het bestaan van de christen beweegt zich in de sfeer van Gods barmhartigheid. Binnen dat raam ligt de inspanning van de christen om zich te gedragen als kind van de Vader, Welke zijn de voornaamste middelen, waardoor de roeping bevestigd wordt? Ik zal u er vandaag twee geven als de onmisbare peilers van een christelijk gedrag: het inwendig leven en de leerstellige vorming, de diepere kennis van ons geloof.

Allereerst het inwendig leven. Er zijn nog zo weinig mensen die begrijpen wat dat is! Als ze horen spreken over inwendig leven, denken ze aan een duistere tempel of de bedompte sfeer die in sommige sacristieën hangt. Al een kwart eeuw zeg ik, dat het zo niet is. Ik spreek over het inwendig leven van gewone christenen die men meestal midden op straat ontmoet, in de vrije natuur, en die op straat, op het werk, in het gezin, in hun vrije tijd de hele dag letten op wat Jezus Christus van hen wil. Wat is dat anders dan een ononderbroken leven van gebed? Hebt u de noodzaak er niet van ingezien, dat u een mens van gebed moest zijn, dank zij een dialoog met God die u tenslottevergoddelijkt?Dat is het christelijk geloof zoals mensen van gebed het altijd begrepen hebben:Hij wordtGod, die hetzelfde wil als God(H. Clemens van Alexandrië,Paedagogus 3,1, 1, 5 [PG 8, 556]), schrijft Clemens van Alexandrië.

In het begin zal het moeite kosten. Men moet zich inspannen om zich tot de Heer te wenden, om Hem te bedanken voor zijn vaderlijke goedheid, ieder ogenblik. Maar langzamerhand wordt de liefde tot God tastbaar, ofschoon het geen kwestie van gevoel is. Het is alsof er een stempel wordt gedrukt op onze ziel. Christus volgt ons als een verliefde:Zie, Ik sta aan de deur enklop(Apok. 3, 20).Hoe staat het met uw gebedsleven? Voelt u door de dag geen behoefte rustig met Hem te spreken? Zegt u niet tegen Hem: Dadelijk zal ik het U vertellen, dadelijk zal ik daarover met U spreken?

Op de ogenblikken, die wij bijzonder wijden aan de samenspraak met de Heer, wordt ons hart verwijd en onze wil krachtig. Het verstand zal, met de hulp van de genade, het bovennatuurlijke in het alledaagse ontdekken. Als vrucht ervan zult u steeds heldere, praktische besluiten nemen om uw gedrag te verbeteren en tegenover alle mensen een fijngevoeligheid vol liefde te tonen. Daardoor zult u zich met de totale inzet van goede sportmensen, kunnen wijden aan deze christelijke strijd van liefde en vrede.

Het gebed wordt constant als het kloppen van het hart. Er bestaat geen beschouwend leven zonder tegenwoordigheid van God, en zonder contemplatief leven heeft het niet veel zin voor Christus te werken, want het werk van de bouwers is vergeefs als God het huis niet ondersteunt (vgl. Ps. 126, 1).

9

Het zout van de versterving

De gewone christen, die geen religieus is en zich niet uit de wereld terugtrekt omdat de wereld de plaats is waar hij Christus ontmoet, heeft geen habijt of een of ander onderscheidingsteken nodig om heilig te worden. Hij onderscheidt zich innerlijk door de voortdurende aanwezigheid van God en de geest van versterving. In werkelijkheid vormen die twee een eenheid, want de versterving is niets anders dan het gebed der zintuigen.

De christelijke roeping is roeping tot offer, versterving en boete. Wij moeten boete doen voor onze fouten. Hoe vaak hebben wij ons gezicht niet afgewend om God niet te zien! Boete ook voor alle zonden van de mensen. Wij moeten de voetsporen van Christus volgen.Te allen tijdedragen we Jezus' doodslijden in ons lichaam rond, -dat is de zelfverloochening van Christus, zijn vernedering aan het Kruis -opdat ook Jezus' leven door ons lichaam wordtgeopenbaard(2 Kor. 4, 10).Onze weg is die van de opoffering. In die zelfverloochening zullen wij hetgaudium cum pace,de vreugde en de vrede vinden.

Wij bezien de wereld niet met een treurig gezicht. De beschrijvers van heiligenlevens die koste wat kost bij de dienaren van God buitengewone trekken wilden zien, en wel vanaf het eerste kindergehuil, hebben zonder het te willen de catechese een slechte dienst bewezen. Ze vertellen dat sommige heiligen niet huilden toen ze nog een baby waren, en dat ze uit versterving vrijdags de moedermelk weigerden... U en ik zijn huilend geboren zoals het hoort; en wij zogen melk aan de borst van onze moeder zonder ons te bekommeren om de vasten of de onthoudingsdagen.

Wij hebben nu met de hulp van God, in de loop van de schijnbaar altijd eendere dagen,een spatium veraepoenitentiaeleren ontdekken, een tijd van echte boete. Op die ogenblikken besluiten wij ons leven te beteren:emendatio vitae.Dat is de weg die ons geschikt maakt de genade en de ingevingen van de heilige Geest in onze ziel te verkrijgen. En samen met de genade komt ook hetgaudium cum pace,de vreugde, vrede en volharding op onze weg (Gaudium cum pace, emendationem vitae, spatium verae poenitentiae, gratiam et consolationem Sancti Spiritus, perseverantiam in bonis operibus, tribuat nobis omnipotens et misericors Dominus. Amen. [Romeins brevier,voorbereidingsgebed voor de heilige Mis]).

De versterving is het zout van ons leven. En de beste verstervingen zijn die kleine inspanningen in de loop van de dag waarmee we het opnemen tegen de begeerlijkheid van het vlees, de begeerlijkheid van de ogen en tegen de hoogmoed. Verstervingen die niet ànderen lastig vallen, maar onszelf fijngevoeliger maken, met meer begrip en openheid tegenover iedereen. U bent niet verstorven als u lichtgeraakt bent, als u alleen naar uw egoïsme luistert, als u uw wil aan anderen oplegt, als u geen afstand kunt doen van het overbodige en soms zelfs van het noodzakelijke, als u het hoofd laat hangen wanneer de dingen niet lopen zoals u bedoeld had. Maar u bent wel verstorven als uallesvoor allen bent geworden om met alle middelen enkelen te willen redden(1 Kor. 9, 22).

10

Geloof en verstand

Een leven van gebed en boete, evenals de overweging van ons goddelijk kindschap, maken van ons echt vrome christenen, die lijken op kleine kinderen voor God. Vroomheid is de deugd van de kinderen. Om zich toe te vertrouwen aan de armen van zijn vader, moet een kind klein zijn en zich klein en afhankelijk voelen. Vaak heb ik nagedacht over dat leven van geestelijk kindschap, dat toch heel goed te verenigen is met zielekracht, want het eist een krachtige wil, een bezonken rijpheid, een sterk en open karakter.

Laten we dus vroom zijn als kinderen, maar niet onwetend. Ieder van ons moet zich naar best vermogen inspannen om zijn geloof serieus te bestuderen. Dat is theologie. Wij moeten een kinderlijke vroomheid verenigen met de gefundeerde leer van een theoloog.

Onze ijver om deze theologische kennis te verwerven, de goede en zekere christelijke leer, komt op de eerste plaats voort uit het verlangen God te kennen en van Hem te houden. Die ijver is tevens het gevolg van de zorg van elke gelovige mens om de diepste zin te achterhalen van deze wereld, het werk van de Schepper. Telkens weer proberen sommigen het valse twistpunt op te rakelen dat geloof en wetenschap, menselijk verstand en goddelijke Openbaring niet met elkaar te verenigen zijn. Dat die twee polen elkaar uitsluiten lijkt alleen zo als de gegevens van het probleem niet goed begrepen worden.

Daar de wereld uit de hand van God is voortgekomen, Hij de mens geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis (Gen. 1, 26), en Hij de mens een sprankje van zijn licht heeft gegeven, moet ons verstand - ook al kost dat heel veel moeite - de goddelijke zin, die van nature al in alle dingen ligt, trachten te achterhalen. In het licht van het geloof zullen wij ook de bovennatuurlijke zin ervan bespeuren, die voortvloeit uit onze verheffing tot de orde der genade. Wij mogen geen angst voor de wetenschap koesteren, want iedere echt wetenschappelijke arbeid komt tenslotte op de waarheid uit. En Christus heeft gezegd:Ego sum veritas(Joh. 14, 6),Ik ben de waarheid.

De christen moet naar kennis dorsten. Of het om de behandeling van de abstracte wetenschappen gaat of om technische vaardigheid, alles kan en moet naar God leiden. Er is geen menselijke taak die niet geheiligd kan worden, die niet motief kan zijn om zich persoonlijk te heiligen en een gelegenheid om met God samen te werken tot de heiliging van allen die ons omringen. Het licht van hen die Jezus Christus volgen moet niet onder de korenmaat staan maar boven op de berg schitteren:Opdat men uw goede werken ziet en men uw Vader verheerlijkt die in de hemelis(Mt. 5, 16).

Zo werken is bidden. Ook studeren is bidden. Aan onderzoek doen is bidden. Het komt altijd op hetzelfde neer: alles is gebed, alles kan en moet ons naar God voeren, ons voortdurend contact met Hem versterken, van 's morgens tot 's avonds. Elk eerzaam werk kan gebed zijn. Elk werk dat gebed is, is apostolaat. Zo sterkt de ziel zich in een eenvoudige en hechte eenheid van leven.

11

De hoop van de Advent

Meer wilde ik niet zeggen op deze eerste zondag van de advent, waarop wij de dagen beginnen te tellen die ons nog scheiden van de Geboorte van de Zaligmaker. Wij hebben de werkelijkheid van onze christelijke roeping overwogen. Wij hebben gezien hoe de Heer ons zijn vertrouwen heeft geschonken opdat wij de zielen nader tot heiligheid bij Hem brengen, opdat wij ze verenigen met de heilige Kerk, opdat wij het rijk van God tot alle harten uitbreiden. De Heer wil dat wij offervaardig, trouw, fijnzinnig en liefdevol zijn. Hij wil ons heilig en helemaal voor zichzelf hebben.

Aan de ene kant hoogmoed, zinnelijkheid, verveling en egoïsme. Aan de andere kant liefde, toewijding, barmhartigheid, nederigheid, offervaardigheid en blijdschap. U moet kiezen. U bent geroepen tot een leven van geloof, hoop en liefde. U kunt niet minder hoog mikken en in een middelmatig isolement blijven steken.

Op zekere dag zag ik een arend opgesloten in een ijzeren kooi. Hij was vuil en had zijn veren half verloren. Tussen zijn klauwen hield hij een stuk dood vlees. Toen dacht ik: wat zal er van mij terechtkomen als ik de roeping in de steek liet die ik van God gekregen had. Het eenzame dier, zo opgesloten, terwijl het geboren was om heel hoog op te stijgen naar de hemel om de zon in het gezicht te zien, wekte mijn medelijden op. Wij kunnen ons verheffen tot denederige toppenvan de liefde tot God en de dienst aan alle mensen. Maar daarvoor mag er in onze ziel geen enkele schuilhoek zijn waar de zon van Jezus niet door kan dringen. Wij moeten alle beslommeringen die ons van Hem zouden kunnen scheiden ver van ons af werpen. Christus moet heersen in uw verstand, op uw lippen, in uw hart, in uw werken. Heel uw leven - hart en werken, verstand en woorden - moet vervuld zijn van God.

Blikt op en heft uw hoofden omhoog, want uw verlossingis nabij(Lc. 21, 28),hebben wij in het evangelie gelezen. De adventstijd is een tijd van hoop. Heel het panorama van onze christelijke roeping, die eenheid van leven waarvan het middelpunt de tegenwoordigheid van God onze Vader is, kan en moet voor ons een dagelijkse werkelijkheid zijn.

Vraag dat met mij aan Onze Lieve Vrouw, en stelt u zich voor hoe zij deze maanden leefde in afwachting van de Zoon die zij ter wereld zou brengen. En Onze Lieve Vrouw, de heilige Maria, zal ervoor zorgen dat ualterChristus, ipse Christuswordt, een andere Christus, Christus zelf!






[Print]



[Verzend]



[Palm]



[Bewaar]

Vertaal het punt naar:
По-русскиCatalàDeutschEnglishEspañolEuskaraFrançaisItalianoNederlandsPolskiPortuguêsPortuguês (BR)SlovenšèinaSvenska


Volgende
Opine Ud. acerca de este video
Medios parecidos
34:21 MARIA ESPERANZA DEL MUNDO PADRE MIGUEL ALDERETE GARRIDO 1 RED MUNDIAL DE ORACION
1,028 Visto • 1 Anuncios
03:26
LA CANCION DE BERNARDETTE Marianella Oraa
2,004 Visto • 0 Anuncios
02:42
Maria ging aus wandern.... - J.Brams Gloria.TV - Tina
5,519 Visto • 1 Anuncios
03:05
No Devolveré Mal Por Mal (Nico Montero) Trovador
4,037 Visto • 0 Anuncios
32:56 Cuestiones de bioética: Algunas cuestiones médicas (1ª parte) corazoncatolico
1,287 Visto • 0 Anuncios
01:33:26
"Milagro en la selva"-"El milagro de Coromoto"-Película seglar
3,838 Visto • 8 Anuncios
05:42
El ángel me llevó al infierno Libor Halik
25,658 Visto • 12 Anuncios
04:35
Round of the soul in the Divine Will (3) (English) - Luisa Piccarreta - SFVT DinaBelanger
3,337 Visto • 0 Anuncios
21:49 El Arcángel San Miguel besa el Escapulario. unhijodemaria
3,215 Visto • 1 Anuncios
03:16
TAMARITE DE LITERA BELÉN TRADICIONAL ARAGONÉS - ESCAPARATE ESTANCO PATRITO ANAYA 48josefina
2,955 Visto • 14 Anuncios
03:49
Aquel Que Murió Por Mí (canción) TuAmigoEnCristo
4,276 Visto • 0 Anuncios
07:21
MOMENTOS 48josefina
1,355 Visto • 2 Anuncios
07:07 Cántico espiritual. Bienaventuranzas. pastoreo
1,457 Visto • 1 Anuncios
06:16
Virgen Maria desatanudos - Adelita
1,831 Visto • 2 Anuncios
01:00:38
A los Sacerdotes hijos predilectos de la Santísima Virgen página 1 a 40. epa1973
2,238 Visto • 2 Anuncios
07:53
Beata Ma. Teresa Fasce Irapuato
4,235 Visto • 2 Anuncios
45:00 Kiko Arguello en Madrid - JMJ 2011(Parte 3/6) maciste
6,079 Visto • 1 Anuncios
Contacto • Imprimir • Términos y condiciones.
Anuncio